Fatsoenlijk werk

In België worden fatsoenlijke arbeidsomstandigheden van werknemers verzekerd en geregeld via de sociale wetgeving. Op internationaal niveau is het waarborgen van degelijke arbeidsomstandigheden niet altijd vanzelfsprekend. Daarom werd in 1919 de Internationale Arbeidsorganisatie (IAO) opgericht vanuit het idee dat een duurzame vrede niet mogelijk zou zijn zonder sociale rechtvaardigheid. Om deze rechtvaardigheid te bereiken heeft de organisatie vier hoofddoelstellingen geformuleerd: het bevorderen van het recht op werk, het verbeteren van de kans om werk te krijgen en te behouden voor mannen en voor vrouwen, het invoeren en uitbouwen van sociale zekerheid en het bevorderen van sociale dialoog tussen werkgevers, werknemers en overheid..

Wat zijn fatsoenlijke arbeidsomstandigheden?

Fatsoenlijke arbeidsomstandigheden bepalen de kwaliteit van het werk, de mentale en fysieke gezondheid en het welzijn van de werknemers. Ze hebben betrekking op de arbeidsduur (flexibele werkroosters, deeltijds werk, ploegenarbeid, nachtwerk, overuren), de aard van het werk (complexiteit van de taken, hoofdarbeid of handenarbeid, vereiste competenties), de organisatie van het werk (werkritme, werkbelasting, autonomie, flexibiliteit, groepswerk), het management en communicatie (verhoudingen met oversten en collega’s, HRM, de systemen van management, relaties met cliënteel), de fysieke aspecten (fysieke inspanningen, blootstelling aan trillingen, lawaai, chemische substanties), het evenwicht privéleven/beroepsleven en de verloning

De hoger vermelde Internationale Arbeidsorganisatie heeft op internationaal niveau afspraken gemaakt rond duurzame werkomstandigheden en vastgelegd in conventies. De basisconventies bieden het referentiekader om sociale verantwoordelijkheid te garanderen. In België werden zij als criteria opgenomen in de wet van 27 februari 2002 ter bevordering van sociaal verantwoorde productie. Het betreft:

het recht op vakbondsvrijheid C. n°87

het recht op vereniging en collectieve onderhandelingen C. n°98

de afschaffing van gedwongen arbeid C. n°29 et 105

het verbod van discriminatie op het vlak van arbeid en verloning C. n°100 en 111

vastgestelde minimumleeftijd voor kinderarbeid C. n°138

en het verbod op de ergste vormen van kinderarbeid C. n°182

 
In de "ILO declaration on Fundamental Principles and Rights at Work" staat onder meer dat op alle lidstaten de verplichting rust om deze principes te respecteren, onverschillig of zij de basisconventies geratificeerd hebben of niet. Bedrijven moeten erop toezien dat hun activiteiten deze principes in geen geval schenden: redelijk inkomen, veiligheid en gezondheid op de werkplek, sociale dialoog, toegang tot opleidingen, gendergelijkheid en non-discriminatie, toegang tot fundamentele sociale voorzieningen.

Gevoelige productgroepen

Vanuit de internationale dimensie is de problematiek rond fatsoenlijk werk vooral gevoelig voor producten die een lange bevoorradingsketen kennen. Zulke ketens kennen verschillende toeleveranciers van grondstoffen en producten en worden daardoor complexer en minder transparant voor de uiteindelijke bestemmeling. In de praktijk gaat het bijvoorbeeld om ketens uit de sectoren hardware IT, textiel, kleding en natuursteen. 

 

IAO conventies in overheidsopdrachten

In vele overheidsopdrachten wordt naar fatsoenlijke arbeidsomstandigheden verwezen via het respect voor de naleving van deze basis-IAO conventies. De meeste aanbestedende diensten regelen dit via de ondertekening van een verklaring op eer dat tijdens de uitvoering van de opdracht de naleving van de boven vermelde basisconventies gegarandeerd zal worden. Voor de uitvoering van werken kunnen zulke eisen een meerwaarde bieden. Echter, voor het leveren van producten uit gevoelige sectoren (IT, kleding, textiel en natuursteen) krijgt de aanbestedende overheid maar zelden een goed zicht op de arbeidsomstandigheden in het productieproces. In 2015 werden daartoe pilootprojecten vanuit verschillende Belgische overheidsdiensten opgestart om de mogelijkheden op transparantie in de keten te verhogen. Hierbij wordt samengewerkt met ketenanalisten en auditbureaus. Voor meer informatie over deze pilootprojecten: lees hier.

Naast de juridische mogelijkheden rond fatsoenlijke arbeidsomstandigheden bij de uitvoering van de opdracht is het ook mogelijk om kandidaten of inschrijvers uit te sluiten wegens niet-naleving van de basisconventies van de IAO (op basis van de uitsluitingsgrond ‘zware beroepsfout’). Dit is mogelijk naar aanleiding van feiten die werden vastgesteld in het kader van de uitvoering van vorige overheidsopdrachten.