Sociale verplichtingen

Het belang van de overheid om samen te werken met betrouwbare partners die de wettelijke sociale verplichtingen respecteren wordt verduidelijkt in recital 101 van richtlijn 2014/24/EU:

De aanbestedende diensten moet verder de mogelijkheid worden geboden ondernemers uit te sluiten die onbetrouwbaar zijn gebleken, bijvoorbeeld wegens schending van milieu- of sociale verplichtingen, met inbegrip van regels inzake de toegankelijkheid voor gehandicapten of wegens andere ernstige beroepsfouten, zoals schending van de mededingingsregels of van de intellectuele-eigendomsrechten. Verduidelijkt moet worden dat een ernstige fout de integriteit van de ondernemer kan aantasten en ertoe kan leiden dat hij niet meer in aanmerking komt voor het plaatsen van een overheidsopdracht, ook al beschikt hij over de technische bekwaamheid en de economische draagkracht om de opdracht uit te voeren.”

 

Aanbestedende instanties moeten daarom onderzoeken of de kandidaten/ inschrijvers zich niet in een geval van uitsluiting van de opdracht bevinden volgens de wetgeving overheidsopdrachten. Naast de verplichte uitsluitingsgronden (deelname aan een criminele organisatie, omkoping, fraude en witwassen van geld) kan onder meer toepassing worden gemaakt van de volgende uitsluitingsgronden :

a) de niet-naleving van de verplichtingen inzake de betaling van de socialezekerheidsbijdragen en belastingen;

b) het hebben begaan van een zware beroepsfout, die bijvoorbeeld kan bestaan in de niet-naleving van de basisconventies van de Internationale Arbeidsorganisatie

 

Ondernemers dienen alle toepasselijke verplichtingen op gebied van sociaal en arbeidsrecht uit hoofde van het Europese Unierecht, nationaal recht of collectieve arbeidsovereenkomsten na te leven en te doen naleven door elke persoon die handelt als onderaannemer in welke fase ook, Deze verplichtingen zijn ook van toepassing voor elke persoon die personeel tewerkstelt voor de uitvoering van de opdracht. Mogelijk wordt deze verplichting, die geldt voor het sociaal recht, in het kader van de nieuwe wetgeving (verwacht voor 2016) uitgebreid naar het milieurecht.

Deze boven vermelde verplichtingen hebben ook betrekking op de internationale verdragen:

De IAO verdragen 87,98,29,105,138,111,100 en 182

 

Met de publicatie van de nieuwe wet overheidsopdrachten, vermoedelijk voor 2016, wordt verwacht dat deze verplichtingen ook betrekking zullen hebben op bijkomende internationale verdragen, met name:

Het Verdrag van Wenen betreffende de ozonlaag en het protocol van Montreal betreffende stoffen die de ozonlaag afbreken

Het Verdrag van Bazel inzake de beheersing van de grensoverschrijdende overbrenging van gevaarlijke afvalstoffen en de verwijdering ervan;

Het Verdrag van Stockholm inzake persistente organische verontreinigende stoffen (POP’s verdrag van Stockholm)

Het Verdrag aangaande voorafgaande geïnformeerde toestemming voor bepaalde gevaarlijke chemische stoffen en pesticiden in de internationale handel (UNEP/FAO) (PIC-verdrag), Rotterdam 10 september 1998, en de 3 regionale protocollen.